Davemover

Tom van Vliet kocht ‘voor de handel’ vier oude ambulances. ‘Amerikanen’, met dikke 6,5 liter turbodiesel motoren, dus aan pk’s geen gebrek. ‘Liefhebbers voor dit soort “vette” auto’s genoeg’, dacht Tom en bij drie lukte het ook vrij vlot om door te verkopen. Maar die laatste, wat zullen we daar mee doen: ook verkopen of iets zelf mee gaan doen?

Komt tijd komt raad
Inmiddels was de vakantietijd aangebroken en na een periode van keihard werken was het ook voor Tom en zijn vrouw Mirjam tijd voor een periode van ontspanning. Die ene ambulance bleef echter ook in de vakantie door zijn hoofd spoken en Mirjam had dat natuurlijk al snel in de gaten. Zij gaf het eerste schot voor de boeg: ‘Als we hem nu eens zelf gaan gebruiken als camper!’ Tom dacht er het zijne van, maar de eerste vonk was overgesprongen en het vuurtje zou weldra gaan smeulen. Nog dezelfde dag dacht Tom: ‘Een camper is oké, maar zo’n busje dat is me veel te klein’. Dus maken we er een opbouw op!

Slopen die handel
Aangezien deze ambulances een apart chassis hebben, kan de opbouw er ‘gewoon’ afgehaald worden zonder dat het chassis aan stevigheid inboet. Iets anders er op bouwen zou ook een mooie uitdaging zijn om in rustige tijden aan te werken.
Dat besefte Tom ook en aangezien hij in de caravanbranche zit, moest het toch niet moeilijk zijn om iets bruikbaars op de kop te tikken. Hij vertelde zijn plannetje aan Mirjam en die zei meteen: Slopen die handel! Door zijn goede connectie met een Fendt-importeur wist Tom al snel beslag te leggen op een ‘gave’ sloopcaravan, waarvan het interieur hem aanstond.

Meten is weten
Met het mooie interieur van de sloopcaravan is zelf meubels maken niet nodig. Als de bestaande binnenmaten maar aangehouden worden en dus werd de caravan grondig opgemeten. Het karwei was gestart: het slopen van de opbouw van de ambulance.

Dat bleek nog een hele klus te zijn, maar na vier dagen van slijpen en lassen van een nieuw frame stond daar toch maar mooi een auto met dezelfde maten als die van de caravan. Twee sandwichpanelen van 6 bij 4 meter werden gekocht en na opnieuw meten, tekenen en nog eens meten, werd één zijkant netjes uit een paneel gezaagd. Het paste precies en dus kon de andere zijkant in spiegelbeeld uit het andere paneel worden gezaagd. Het uitbouwen van de meubeltjes van de caravan ging onverwacht vlot, bijna alles was geschroefd en niet verlijmd. Vreemd gezicht zo’n kale auto met één wand met daartegen meubeltjes ‘geplakt’, maar wel gemakkelijk werken, want er is ruimte genoeg om te manoeuvreren. Nadat de tweede zijwand geplaatst was begon het zowaar met enige fantasie op een camper te lijken.

Ook aan deze zijde werden de meubels geplaatst en vormden ze één geheel met de wand zodat er een aardig stabiel geheel ontstond. Nu kon aan het dak worden begonnen. De beide zijkanten werden met dwarsbalkjes en multiplexplaten met daartussen Styropor met elkaar verbonden. Daar bovenop kwam een geheel nieuwe aluminium dakplaat. De alkoof die natuurlijk niet op de caravan zat, moest ‘beplaat’ worden, maar doordat zowel multiplex als aluminium goed te buigen is, was het resultaat uiteindelijk heel fraai. Tom: ‘Het netjes opvullen van de ruimte tussen daklijn van de auto en de alkoof was eigenlijk nog het lastigste klusje tot dan, maar ook dit is door alles goed te meten prima gelukt.’

Leukste fase
Om er een echte camper van te maken moesten er nog flink wat investeringen worden gedaan, zoals een schoon- en vuilwatertank, een LPG-installatie, camperaccu, draaistoelen en dergelijke. Omdat de ramen van de caravan kapot of flink beschadigd waren, werd besloten om rondom nieuwe cassette-ramen te plaatsen.

Al met al begon het project toch flink uit de hand te lopen en werd de bodem van de schatkist zichtbaar. Mirjam: ‘Gelukkig stonden we er niet helemaal alleen voor, want Tom’s vader Simon – die overigens vanaf het begin heeft meegeholpen – gaf op een gegeven moment aan dat hij interesse had in de camper als die klaar was.’ Tom: ‘Toen besloten we om de camper helemaal tip-top af te maken voor mijn ouders. Inmiddels staat hij ook op naam van mijn vader en is hij er al een paar keer mee op pad geweest’. De camper werd in zijn geheel gespoten en van striping voorzien. Tom: ‘Dit hebben we uitbesteed om een professioneel resultaat te krijgen, maar de striping is wel eigen ontwerp.’

Dave Mover
De camper is nu helemaal klaar en zonder problemen door de RDW-keuring gekomen. Het andere project dat op stapel stond is inmiddels ook succesvol afgerond, want het jonge gezin is uitgebreid met nog een zoon: Luke. Opa heeft de camper ‘Dave Mover’ gedoopt naar zijn eerste kleinzoon. Als we de Dave Mover voor een foto de garage uitrijden, bromt de 8 cilinder van plezier in het vooruitzicht van een heel nieuw leven als camper! En wie weet komt er nog een Luke mover!

Info
Al met al heeft de Dave Mover zo’n € 18.000,- gekost en is er in zes maanden ruim 600 uur aan gewerkt.
Nel en Simon zijn een aantal jaren op stap geweest met de Davemover, maar hebben deze inmiddels verkocht.